Aandacht voor die ander

Aan het einde van het jaar
Staan velen stil bij andere mensen.
Onze gedachten zijn voor hen die het moeilijk hebben
en wij geven hen de beste wensen.

Het is goed om bij anderen stil te staan
zij die verdriet hebben, ziek zijn of eenzaam.
We bellen even of sturen een kaartje
en soms nemen we de moeite om even langs te gaan.

Probeer eens niet alleen aan het einde van het jaar
een medemens die aandacht te geven.
Want de aandacht die men nodig heeft
duurt vaak het hele leven.

Een kaartje van ik denk aan jou
of even om de koffie gaan.
Het kost zo weinig moeite
maar geeft wat glans aan het bestaan.

 

 

       Somberheid

             De wolken zo laag, zo grijs, zo grauw
             vliegen voorbij vol van regenvlagen,
             's morgens de mist om ons te plagen.
             Nu komen weer de donkere dagen.

            't is nog donker bij het ontwaken,
             het opstaan valt 's morgens niet mee.
             Waar bleven toch die zomerdagen,
             het urenlang lopen langs de zee.

             Alles lijkt vandaag zo triest en grauw
             binnenkort komt ook de winterkou.
             Er lijkt geen lichtpunt aan de horizon.
             Ik wou dat ik de winter overslagen kon.

 


 

     Tijd

Wie kan zich de tijd nog heugen
dat het tempo lager lag,
'men genoot met volle teugen
van de lengte van een dag.

Dat men zich nog aan kon passen
aan het ritme der natuur,
aan de groei van de gewassen,
zonnestand in plaats van uur.

Nu wordt tijd door ons gezien
als een vloek, niet als een zegen.
Als een ijzeren stramien,
waarin wij móéten bewegen.

Tijd is geld, wordt wel gezegd,
alsof Tijd zich laat betasten.
Weet, hoezeer aan tijd gehecht,
voor de Tijd zijn wij slechts gasten.

Tijd van komen, tijd van gaan,
niets laat zich door ons bepalen.
Tijd om hierbij stil te staan,
en weer adem te gaan halen.

 

 

                                      Nachtgezicht

Zou je mij oprecht willen beloven
dat de duisternacht verdraagzaam blijkt
voor alle mensen die lijden
in ontheemde landen in den verre

je doet geen oog meer dicht
als het duister volstaat in haar falen
iedereen in de steek gelaten
meer wanhoop dan jou lief is

er is geen weg terug
heimwee dient slechts illusie
we weten allemaal beter
tijd heeft ons onthecht
losgemaakt in harde werkelijkheid
niet langer in een droom verloren
klaarwakker met een zichtbaar doel

schapen tellen lijkt niet zinvol
ontelbaar in hun aantal
doen zij jouw ogen niet sluiten

de nacht waakt over ons
we zijn allemaal herders
wolven, herders en schapen

nabij het nachtgezicht
van de donkere nachten.

 


 

Trekvogels

Als straks de trekvogels
weer gaan vliegen
dan ga ik in gedachten mee,
naar al die onbekende plaatsen.
Wens ze goede reis naar
landen zo heel ver over zee.

Kon ik maar vleugels laten groeien
dan vloog ik met die vogels mee
naar verre vreemde landen
en onbekende stranden.
Weg uit dit koude kikkerland
de warmte tegemoet.

Het lijkt zo leeg straks in de winter,
hoewel er mezen zijn in de tuin
wat musjes en een Vlaamse Gaai.
Maar ik mis de zwaluwen
en de rumoerige spreeuwen
met al hun gekwetter en lawaai.

De herfst en wintertijd
ik was ze het liefste kwijt
vervangen door lange zomerdagen.
Maar ach, wat zit ik nu te klagen,
na Nieuwjaar komen er
weer voorjaarsdagen

 


 

                                                                       

        Omdat ik                  anders ben

Ik ren en ren en ren 
Omdat ik anders ben 
Ik ren hard 
Van straat naar straat
Maar hoe hard je ook gaat
ze zullen me inhalen 
En laten betalen 
Voor wie ik ben
Hoe hard ik ook ren
De angst maakt me kapot
Ik zet mezelf op slot 
Soms durf ik wel heel even 
toe te geven
Dat ik anders mag zijn 
En ook al voelt dat fijn
Het is... fijn om anders te zijn